De voorbereiding

Inleiding

Training geven is een ‘vak’. En vooral jeugdtraining. Ouders brengen hun kinderen naar

het hockeyveld en vertrouwen erop dat hun kind op een leuke en veilige manier

leert hockeyen.

 

Om de beginnende trainer op weg te helpen wordt in dit artikel de basis uitgelegd  waaraan een training moet voldoen.

 

Voorbereiding van de training

Voordat je het veld opgaat zijn er een aantal zaken die je jezelf moet afvragen:

 

Wie ga ik trainen?

Leeftijd, jongens/meisjes

Beginniveau/ervaring (hoe goed zijn ze?)

Grootte van de groep

etc.

 

Wat ga ik trainen?

Wat wil en kan ik deze training bereiken?

 

Hoe ga ik dat trainen?
                  (Didactische werkvormen)

                   Didactische werkvormen zijn:

Opdrachtvorm, de bal moet van A naar B

spelvorm, “schipper mag ik over varen?”

Wedstrijdvorm, zo vaak mogelijk in één minuut

 

Langs welke weg wil ik het aanleren? (Methodische werkvormen: zie ook TRAD)

                   Methodische opbouw betekent:

Van makkelijk naar moeilijk

Van bekend naar onbekend

Van enkelvoudig naar meervoudig

 

De TRAD

Voor een goede methodische opbouw van een oefening kan je altijd denken aan TRAD.

Een oefening kan je moeilijker maken (of eenvoudiger) door wijzigingen aan te brengen in:

    T empo,    bv. doe het sneller

    R ichting, bv. niet alleen recht naar voren maar ook naar links of rechts

    A fstand, bv.afstand tussen twee spelers vergroten

    D ruk,      bv. door een verdediger aan de oefening toe te voegen

 

Als je dit allemaal hebt bedacht, kan je beginnen aan het op papier zetten van je training van bijv. een uur rekening houdend met groepsgrootte, niveau, omstandigheden, beschikbare materialen enz.

 

Opbouw van de training

De training bestaat uit drie delen:

-        De warming up

-        De kern

-        Spel en afsluiting

 

Warming-up

De warming-up heeft als doel een optimale sfeer te bereiken voor de training. Het heeft bij de jongste jeugd in mindere mate een fysiologisch doel. Het wordt aanbevolen

in deze inleiding zo veel mogelijk met stick en bal te doen.

 

De inhoud en duur van de warming-up is afhankelijk van:

-        De beginsituatie: denk daarbij aan het niveau van de spelers, de motivatie

         van de groep, de weersomstandigheden en de accommodatie.

-        De kern van de training: de inleiding moet aansluiten bij wat je in het

         vervolg van de training gaat doen.

 

De kern

De kern van de training bevat twee delen. Een gedeelte waarbij aandacht

besteed wordt aan het aanleren en oefenen van technische en tactische

vaardigheden. Er wordt daarna geprobeerd de elementaire technieken en

tactieken en specifieke vaardigheden in te slijpen.

Daarnaast is er een toepassend gedeelte, waarbij de aangeleerde vaardigheden worden toegepast in eenvoudige spelvormen en/of kleine partijspelen.

 

Het spelgedeelte/afsluiting

Het toepassende gedeelte van de kern kunnen goed aansluiten of zelfs doorlopen

In de afsluiting. De training moet leuk eindigen, dus afsluiten met een spel is een goed

idee. Bij de aller jongste jeugd is een "cooling-down' uit fysiologisch oogpunt niet

noodzakelijk.

 

Doel van de training: de rode draad

Bij de voorbereiding van de training bepaal je dus wat je vandaag wilt gaan trainen.

Beperk dit WAT tot één doelstelling, bijv. het aanleren van de passeerbeweging.

 

De doelstelling van je training zal in alle delen van de training in meerdere of mindere mate als een rode draad moeten terugkomen. Door de passeerbeweging (uit ons voorbeeld) telkens terug te laten komen in de verschillende oefeningen, door ze dus te herhalen, wordt voor de spelers duidelijk waar deze training om gaat. Ze kunnen zich ‘focussen’ op het goed uitvoeren van deze opdrachten.

Intensiteit van de training. Als je de training gedegen hebt voorbereid komt dat ten goede aan de organisatie van je training. Extra aandacht daarbij verdient de overgang tussen de verschillende oefeningen. Gebruik je bijv. teveel pylonen dan heb je kans dat het te lang duurt voordat je de oefening hebt opgeruimd en een nieuwe oefening hebt opgesteld.


Enkele tips:

-        gebruik niet teveel pylonen, het maakt het meestal niet duidelijker en is vaak onveilig.

-        Zorg bij de voorbereiding van je training dat je de training zo maakt dat je tussen de oefeningen zo min mogelijk of geen pylonen hoeft te verschuiven

-        Zorg dat je de volgende oefening al hebt klaarstaan als je de spelers bij elkaar roept.

-        Zet de volgende oefening klaar als de spelers de ballen aan het verzamelen zijn.

Kinderen zijn snel afgeleid. Een goede organisatie kan dat voorkomen.

 

Intensiteit van de training betekent ook dat de spelers tijdens de oefening zo min mogelijk moeten stilstaan. Ze komen immers om te hockeyen, en niet om in een rijtje te wachten. Om dit te voorkomen ook hier enkele tips:

 

  • Maak bij een oefening op het doel, twee of zelfs drie rijtjes, zodat de oefening sneller doordraait.
  • Zorg voor een evenredige verdeling in intensiteit tussen aanvallers en verdedigers. Laat niet één speler verdedigen, terwijl er tien op hun beurt wachten om aan te vallen, maar zorg dat twee, drie of vier verdedigers elkaar afwisselen.
  • Maak oefeningen waarbij iedereen bezig is graadmeter voor de intensiteit is dat de spelers na afloop moe maar voldaan van het veld komen.  

 

Organisatie tijdens de training

Na de voorbereiding van je training is het tijd om je plannen in de praktijk te

brengen. Een goede training vergt een goede organisatie op het veld. T.a.v. de

organisatie enkele opmerkingen:

  • Maak de eerste training(en) afspraken met de groep: als de trainer praat

is iedereen stil, of: aan het einde van de training eerst met z’n allen de

materialen opruimen.

  • Haal voor de uitleg de kinderen bij elkaar, anders moet je de groep overschreeuwen. Zorg dat tijdens de uitleg ook werkelijk iedereen luistert, anders stoppen met uitleggen.
  • Plaatje, praatje, daadje: sta niet te lang stil bij de uitleg van de oefening, doe de oefening zelf voor of laat de kinderen het voordoen, geef een accent aan, daarna begint de oefening. Bij jonge jeugd gaat praatje en plaatje vaak samen, d.w.z. dat je het voordoet terwijl je de oefening uitlegt.
  • Zorg voor een rode draad in de training
  • Zorg voor voldoende intensiteit door een goede organisatie. Probeer de training

zo te organiseren dat je de opstelling van de pylonen zo lang mogelijk kan

gebruiken, zodat je tussen de oefeningen zo min mogelijk hoeft te schuiven.

 

Tot slot

Zo: dit waren slechts enkele aanwijzingen die je kunnen helpen bij je training. Maar het blijft vooral veel doen zodat je ervaring opdoet. Eén ding moet echter nog worden vermeld, waardoor je training een succes kan worden: Zorg altijd dat je positief bent in je benadering. Als jij enthousiast bent, zijn de kinderen dat ook!